|
|
Onbekend maakt onbemind dus daar gaan we wat aan doen. Een wasbeerhond heeft aanpassing hoog in het vaandel en dat maakt hem uitermate gemakkelijk om te houden. Je hebt alleen een goed omheind stuk tuin nodig. Wasbeerhonden zijn zelden agressief en benaderen je voorzichtig en met respect. Ze komen als ze je eenmaal vertrouwen gemakkelijk dichterbij en eten uit je hand. Het duurt soms enige tijd voordat een wasbeerhond zich zonder angst laat benaderen door de eigenaar. Wasbeerhonden blaffen niet, kwispelen niet, komen niet over een hek van een meter of hoger tenzij ze het kunnen beklimmen, zeuren niet om aandacht, eten vrijwel alles, slapen overdag, hoeven ook 's winters nooit binnenshuis (mits er een droge slaapbox is) en buiten kiezen ze één vaste plek als latrine dus je hoeft nooit te zoeken. Je hoeft er ook geen hondenbelasting over te betalen want de wet beschouwt hem niet als hond maar als kooidier, en een baan overdag is geen bezwaar, want dan slapen ze voornamelijk. Wasbeerhonden luisteren zelden, zijn geen waakhonden, doen geen
kunstjes, verharen in de lente explosief (anders kun je 't niet
noemen - het is overigens uitstekende wol) en zijn binnenshuis niet
gegarandeerd zindelijk. Volgens de duitse
richtlijnen voor dierentuinen heb je een buitenruimte van 30
vierkante meter nodig voor een koppel en 3 vierkante meter meer
voor elke volgende hond. Ik vind dat wat krap. Veertig vierkante
meter voor één hond en 10 erbij voor elke volgende
lijkt er meer op. Een glad hek van een meter is genoeg, want springen
is niet het sterkste punt. Klimmen kunnen ze tot op zekere hoogte,
dus als er gaas gebruikt wordt moet je hoger.
Bij horizontale planken om en om, gaan ze over twee meter!
Ze graven ook niet slecht, dus 30 cm ingraven is geen luxe. Wasbeerhonden zijn in vergelijking met vossen en dassen meer omnivoor. Ik neem als basis droge brokken. Daarbij komt dagelijks per hond òf een paar vrieskuikens, òf verse sardines of ansjovisjes, òf 100 gram kip-orgaanvlees (hartjes, levertjes, maagjes). Daarnaast zijn wasbeerhonden gek op fruit (druiven, banaan, appel, abrikoos, rozijnen), noten (ongezouten pinda's, pistache, walnoten, hazelnoten, zonnepitten) en kaas. Je geeft dat in kleine hoeveelheden en je kunt naar believen experimenteren want het is een bezigheid die je de volle aandacht van de hond garandeert. Kleine hoeveelheden zout (sardine, pistache, kaas) zijn geen bezwaar, maar zoetigheid geef ik niet. Eén dag in de week krijgen ze geen eten. Natuurlijk moet er altijd vers water zijn. Het kan geen kwaad je arts wat aanvullende informatie over de hond
te geven. Mijn ervaring is dat je vrij veilig de medicatie kunt
gebruiken die je ook in het geval van een gedomesticeerde hond van
een vergelijkbaar gewicht zou nemen. Dat geldt in elk geval voor
antibiotica en moderne vlooien- en tekenbestrijdings middelen. Ik heb veel wasbeerhonden gehad en het wisselt. De huidige witte reu Max komt uit het Solinger Vogelpark in Solingen, Duitsland. Hij was ruim drie jaar toen ik 'm kreeg. Ondanks z'n dierentuin achtergrond is hij zeer ontspannen en benaderbaar, zelfs met de jonkies erbij. Ik krijg hem ongetwijfeld zo ver dat hij zich laat aanlijnen. Ik heb honden meegemaakt die veel schuwer waren, maar ook eentje die weinig ontzag had voor mensen, en waarmee je behoorlijk moest uitkijken. Misty is op de fles grootgebracht, en uiterst tam. Zo tam dat ze
eveneens weinig ontzag heeft voor mensen. Het verschil is dat ze doorgaans niet agressief is,
maar m'n zoon Falco moet toch uitkijken want ze beschouwt hem als een bijtbaar broertje.
Ook ik ben al eens slachtoffer geworden van een "gekke bui" waarin ze m'n
broekspijpen aanviel en ik me verweerde door haar in het nekvel te pakken.
Ik pakte alleen iets te laag zodat ze haar kop draaide en m'n pols perforeerde. Straffen helpt niet! Benader een wasbeerhond agressief en je krijgt òf vluchtgedrag òf agressie. Onderwerping is geen optie! Mits voldoende ruim behuisd, zijn de honden uit zichzelf doorgaans niet agressief. Neem bij twijfel een bezem mee, dat vormt de beste verdediging. Eenmaal gewend aan een lijn is de hond op straat niet problematisch. Hij went snel aan verkeer, maar zal in het begin geen open ruimtes oversteken of vlot een blokje lopen. Bij voorkeur blijft hij langs een muur of een heg lopen en ieder gangetje tussen twee huizen is interesssant. Soms is zelfs een stoeptegel interessant genoeg om vijf minuten te blijven staan. Struiken, heesters en heggen met een noordelijke signatuur zijn favoriet om in of onder te kruipen. Een citaat van m'n achtjarige zoon Falco: Wasbeerhonden ijsberen, maar ijsberen wasbeerhonden niet! Briljant en waar: wasbeerhonden ijsberen en dat is meestal geen
teken van stress. Ipv. de hele tuin pakken ze plotseling een stukje
van drie meter en banjeren een half uur heen en weer. Of ze draaien
vijftig rondjes om de tafel als je televisie zit te kijken. Zolang
ze dat afwisselen met languit in de zon liggen, wat ze in de zomervacht
graag doen, of rustig rondkuieren, is dat een normaal verschijnsel.
Een pistache nootje moet genoeg zijn om hem te stoppen. Alleen als
het gedrag urenlang aanhoudt is er reden te veronderstellen dat
er iets aan de hand is. In de herfst nemen wasbeerhonden in gewicht toe. Omdat ze gelijktijdig een dikke donsachtige ondervacht ontwikkelen die de normaliter afhangende haren practisch rechtop zet, lijken ze in omvang te verdubbelen. Dit is de normale voorbereiding op de winter, waarbij de mogelijkheid van een tactische winterslaap, dwz. afhankelijk van de omstandigheden, ingebouwd is. De wasbeerhond is de enige hondachtige met dit vermogen, maar in Nederland zie ik het niet gebeuren. De staart beweegt uitsluitend omhoog. Dat gebeurt zowel bij angst en agressie als bij sexuele opwinding. De kromming blijft altijd naar beneden, zodat een uiterst opgewonden wasbeerhond een soort omgekeerde krulstaart lijkt te hebben.
Volwassen wasbeerhonden die uit dierentuinen komen, zijn doorgaans niet erg speels, hoewel ze bij gelegenheid met een tennisbal in de weer zijn. Een enkele keer vallen ze speels naar elkaar uit of jagen een vlinder (soms een imaginaire). Brokken geef ik in een voerbol. Dat leidt tot een soort voetbalwedstrijd die leuk is om naar te kijken. Natuurlijke prooidieren zoals kleine knagers of zelfs konijnen moet je natuurlijk niet met een wasbeerhond in contact brengen. Ook fretten zijn niet raadzaam, want die zijn doorgaans overassertief en te stom om het gevaar te zien. Een wasbeerhond die grijpt maakt direct een slingerende ruk met z'n kop waarmee de prooi gefileerd wordt. Katten zijn oké zolang ze vluchtroutes omhoog hebben. Ik heb er zelf twee. Een daadwerkelijke confrontatie verloopt doorgaans niet erg dramatisch omdat wasbeerhonden maar weinig groter zijn dan een huiskat, en een klauw in je neus blijft een klauw in je neus. Ik ging er vroeger van uit dat je er wel minstens twee moest hebben, maar er zijn er ook die het rijk het liefst alleen zouden hebben. Andere honden zijn doorgaans meer in wasbeerhonden geinteressseerd dan andersom. De beste combinatie zou wel eens een wasbeerhond met een minstens even grote gedomesticeerde hond kunnen zijn. Een educatief maatje dat voordoet hoe een hond zich gedraagt, terwijl hij zelf herinnerd wordt aan z'n eigen wilde afstamming. Je kunt na een voorafgaand gesprek eventueel een hond bij bestellen. |